Frans en Marina op de Molukken

Frans en Marina op de Molukken

door Onbekend

Singapore en Colonial Tour

Door Ivar en Yoran naar Amsterdam Schiphol gebracht en daar nog even koffie gedronken. Keurig op tijd 11.15 uur vertrokken met Singapore Airlines en na de gebruikelijke 12 uur in Singapore geland. Inmiddels is het dus al weer 29 januari en hebben we 8 uur vrij tot de vervolgvlucht naar Manado (Sulawesie).

Rivier Cruise Singapore

Daarom hebben we gebruik gemaakt van de gratis City Trip. Het was zeer de moeite waard, al hebben we van de City Singapore niet veel gezien. We reden langs prima wegen met prachtig onderhouden parkachtige bermen met een grote diversiteit aan palmbomen en mooie exotische bloemen. Er is hier de laatste jaren een grote hoeveelheid wolkenkrabbers uit de grond gestampt. We gingen naar de rivier voor een korte River Cruise. Dat was genieten. vooral dat weer, stralend, en dat we gisteren nog liepen te kleumen is al bijna niet meer voor te stellen.

Om 15.20 uur gaan we weer opstijgen en tot die tijd vermaken we ons op deze prachtige luchthaven (waarschijnlijk wel de mooiste van de wereld). Overal orchideeën, super veel winkels en als je geen zin meer hebt heerlijke stoelen om uit te rusten. Er staan hier en daar apparaten om je voeten en enkels te masseren. Een sensatie en best lekker voor die enigszins opgezwollen voetjes. Wat ze toch al niet verzinnen om ons in de watten te leggen!

Om 15.20 vertrekken we weer met Silk Airlines naar MANADO op SULAWESIE. De vlucht was deze keer wat onrustiger, we vlogen via een tamelijk hobbelige weg (turbulentie). Op een onverwachts moment rolde er een stewardess door het gangpad, het vrouwtje naast me ging in paniek met haar handjes in de lucht en riep om haar moeder. Wij waren niet bang en ook niet te misselijk en waren het bij aankomst al snel vergeten.

Aankomst Manado

In het donker kwamen we aan in Manado en moesten nog een uur rijden naar het hotel. Manado is best groot, ziet er in het donker rommelig uit. Het is hier regentijd en af en toe valt er een stevige bui. Er branden natuurlijk overal lampjes, maar hier is het donker, veel donkerder als bij ons in het westen. We gingen met het busje naar een sea-food restaurant aan zee. Heerlijk gegeten, chap Choi met zeevruchten. Vooral die knapperige verse groenten is weer een opkikker na twee dagen van dat laffe vliegtuig eten.

Manado, Bunaken en Dolfijnen

Na een heerlijke nachtrust zit ik nu om 7 uur op het balkon/terras met op 50 m afstand de zee. Daar had ik gisteravond geen idee van. Het is stralend zonnig weer, zo'n 28 graden en een zacht briesje uit zee. Heerlijk! Het 7 uur (later als in Nederland) tijdsverschil zijn we nu al vergeten.

Dolfijnen

Bij tienen zaten we al weer in een bootje op zee om in 45 min. naar het eilandje BUNAKEN te varen. Hier bij dit duik- en snorkelparadijs hebben we weer eens ons hart op kunnen halen. 't Is al weer een paar jaar geleden dat we zo een mooi snorkelplekje hadden. Koraal in vele kleuren en vormen en kleurrijke visjes daar tussendoor. Toen we weer op de boot waren om even uit te rusten spotte er iemand DOLFIJNEN in de verte. Eerst denk je nog, ja dat zal wel, maar toen zagen we ze zelf ook.

Er waren nog 2 mannen van ons aan het snorkelen, maar die hadden helaas even pech gehad, want de kapitein vaarde richting dolfijnen. En toen gebeurde het echt! Een tiental kwam onze kant op en zwommen en sprongen met ons mee, steeds dichter bij. Aan de andere kant ook een stel, het zullen er minstens 50 zijn geweest. Een enkeling maakte een sprong op 2 meter van de boot. Ik heb mijn ogen uit gekeken en ook steeds foto's gemaakt! Zullen er best een paar gelukt zijn. Was echt helemaal kicken, dit hadden we nooit verwacht. Voor ons kan deze vakantie nu al niet meer stuk.

Het is hier echt een paradijsje voor duikers en rustzoekers. De terugweg ging met een rotvaart over de hoge golven, je moest je echt goed vasthouden, maar iedereen vond het geweldig, Toppie, Toppie, allemaal! Dat is weer het voordeel van dit soort reizen, zeurpieten en mopperpotten zullen nooit zoiets boeken.

Lekkere vis?

's Avonds weer in een groot visrestaurant aan zee gegeten. In een open ruimte, lekker windje. Het eten zag er goed uit, veel soorten vis en kip. Alles met en donker sausje overgoten, je weet dus nooit precies wat je eet. Men is hier gewend alles van de vis te gebruiken, behalve de ingewanden. De koppen liggen er in stukken dus gewoon tussen. Ik had al een doorgesneden kop van een bokking op de rand van mijn bord liggen, laat maar!

Even later rolde er een soort knikker van mijn lepel, hè, dat voelt een beetje week, even omdraaien en ja hoor het keek me een beetje glazig aan! Toen toch maar alleen rijst en groenten gegeten. Gezellig nog een uurtje nagetafeld en gedanst bij lifemuziek. Hein uit onze groep bleek een goede zangstem te hebben.

Manado en Ternate

Rondtour Manado

Vandaag de hele dag een bustoer gemaakt door het achterland van Manado. Natuurlijk heel veel gestopt. Het eerste uitzichtpunt was op 500 m hoogte over de stad Manado en de baai. Een stuk verderop zagen we kruidnagel- en kaneelbomen. Heerlijk die geur van zo'n stukje boomschors, verse kaneel, zo lekker, je zou het achter je oren kunnen smeren.

In een dorpje kochten we mango's. Ieder huis heeft een eigen mangoboom. We reden door het bloemenstadje TOMOHON waar alle bekende Nederlandse bloemen langs de weg stonden, van afrikaantje tot gladiool. Dit dorpje ligt tussen twee werkende vulkanen, die vandaag in de mist lagen gehuld. De natuur is echt adembenemend mooi en afwisselend, van diverse loofbomen tot veel verschillende palmbomen. Het straatbeeld is typerend voor Indonesië, druk en bedrijvig.

We hebben een groot aantal christelijke kerken gezien die netjes onderhouden worden, het merendeel van de bevolking is hier dan ook protestant en katholiek. Op de lokale markt werden veel verse groenten aangeboden, maar ook KALONGS (Grote vleermuizen) en HONDEN. Deze laatste lagen er donker bruin geblakerd bij, de vacht wordt er afgeschroeid, maar van binnen was alles nog rauw. Tenslotte bezochten we een oud kerkhof waar 600 jaar oude grafmonumenten te zien waren. Best wel moe waren we om 17.30 weer in het hotel.

Rugzak vermist.

Door een misverstand waren we de rugzak kwijt waar alle belangrijke dingen bij elkaar inzaten (zal je altijd zien, doen we anders nooit). Zal nog wel in de bus zitten, dachten we. Toen Frans gestresst met 3 man hotelpersoneel achter de bus aanreed had ik hem al weer gevonden. Hij stond niet in de kamer maar op het terras! Leve de mobiele telefoons! Maar helaas werkt het hier nog niet zo.

Batterij leeg of geen verbinding. Dus echt paniek voor Frans, hij wist het nog niet! Ze hebben met een klein busje en brommers door de stad gecrosst om de grote bus te vinden waar uiteindelijk de rugzak niet in zat natuurlijk, die stond bij mij op de tafel. Toen hij na 1 1/2 uur terugkwam was iedereen
opgelucht en natuurlijk blij met de dikke fooi.

Vriendelijk Ternate

Om 10.00 met het vliegtuigje van Trigana Air van Manado naar ons eerste eiland van de Molukken nl. TERNATE. Het is hier weer 1 uur later. Dus nu is het tijdsverschil met thuis 8 uur later. We werden ontvangen door Debby die de komende weken onze reisleidster zal zijn. We waren al rond 12 uur in het hotel.

Tenate is een Moslim eiland en de moskeeën roepen ons van weerskanten tegemoet, maar gelukkig niet te luid. Deze keer is het niet storend omdat de bevolking vriendelijk en ongedwongen overkomt. We wandelen naar een grote overdekte markt en het is ons nog nooit overkomen dat we zo hartelijk werden begroet. Buiten zaten de verkoper/sters met hun kleurige tomaatjes, pepertjes, fruit en groenten op de grond met hun kleine handel. Toen ze ons zagen aankomen, zo'n 14 tal grote en soms te dikke witte mensen werd er vrolijk gejoeld en gelachen en met van alles getrommeld.

Toen er een tropische bui losbarstte gingen we de hal in. Er waren overal zeilen gespannen om de lekkages op te vangen, deze hingen voor ons natuurlijk veel te laag. Binnen reageerde men al even hartelijk. 2 mannen in de groep spreken Maleis. Men vindt dat prachtig, er worden grappen gemaakt en geposeerd voor de camera's en er wordt van alles aangeboden. We hebben weer de DURIAN gegeten maar deze stinkvrucht, zoals hij ook wel wordt genoemd, is aan ons niet besteed. Kinderen zwermen om ons heen, maar niet hinderlijk. Je kunt aan
alles merken dat men hier nauwelijks met toeristen in aanraking komt.

Rondrit op Ternate

We rijden in splinternieuwe MPV taxi's om de eiland-tour rond Ternate te maken. Over deze 45 km doen we uiteindelijk 8 uur. Lekker relaxed allemaal. Eerst naar het paleis van de Sultan van Ternate, die bestaat nog steeds, maar hij heeft momenteel ander bezoek. Dus worden wij ontvangen door zijn oudere zuster. Deze 76-jarige dame, nu nog lerares Engels, heeft ons in prachtig Nederlands rondgeleid.

Ze is een nuchtere, bijdehandte vrouw, maar haar keurige Nederlands dwingt automatisch respect af. We hebben nog uitgebreid nagekletst in de grote balkonkamer met uitzicht over zee en het vulkaaneiland Tidore. In elke hoek van de kamer staat zo'n onderdanige Indische huisbediende. We hadden het over schoolliedjes die zij aan de kinderen leerde en op een gegeven moment waren we allemaal aan het zingen: Toen onze Mop een mopje was! Dit zal een leuke herinnering blijven.

Verderop staat het FORT TOLUKKO uit 1510. Hier hebben we nog even rondgelopen en vooral van het uitzicht genoten. Vervolgens door de heuvels via slingerwegen gestopt aan de voet van een vulkaan, bij de lavaresten van een hevige eruptie uit 1983. Hier hebben we wat rondgehangen en bij een Durian stalletje kon iedereen de vrucht nog eens proeven.

De meesten van ons vinden het toch niet lekker. Je kunt de smaak het beste omschrijven als een sterke preismaak en een vreemd zoete vervolgsmaak. Een zware smaak die de hele dag nog terugkomt. De Indonesiërs smullen er wel van. Debbie eet rustig zo'n hele grote als lunch. Nu is het de beste tijd zegt zij, dus even waarnemen!

Kopra

Verderop in het bos wordt kokos verbrand, op een eenvoudige manier wordt hier kopra 'gemaakt'. Dit gaat als volgt: men klimt, als aapjes zo snel, in de kokospalm (die hier volop groeien) en gooit de rijpe noten naar beneden. Met een groot kapmes wordt de dikke bast van het vruchtvlees verwijderd. Van de basten wordt een smeulend vuurtje gestookt onder een 2 a 3 meter groot rooster.

Hierop ligt het kokos-vruchtvlees in grote stukken geleidelijk te drogen en te roosteren. Deze gerookte kokos wordt later in de fabriek tot olie gefabriceerd. Kopra-olie is nog steeds een grondstof voor margarine, wasmiddel enz. Een arbeidsintensief karwei. Men heeft er plezier in het ons te demonstreren en natuurlijk drinken we weer klappermelk en eten we de verse kokos.

Aan een hele kleine baai lunchen we. Een eenvoudig restaurant met zitjes direkt aan zee, het strand heeft donker lavazand. Heerlijk die rustige branding en dat zeewindje! Op de achtergrond klinkt weer die heerlijke Indonesische muziek. Als je dit allemaal mee mag maken is die lange reis wel heel snel vergeten! Na de lunch lopen we een stuk langs het strand. Er ligt volop (dood) koraal. Waarschijnlijk veroorzaakt door de Japanse vissers die hier nog steeds met explosieven vissen. We lopen terug naar de weg waar de taxi's ons weer opwachten.

We rijden door dorpen waar de mannen nog traditioneel gekleed gaan in sarong en zo'n zwarte Soekarno hoed, de vrouwen dragen gewone kleding. Echt overal worden we begroet en klinkt er een enthousiast Hi Mister en soms Misses, maar de meesten weten het verschil niet. Op een middelbare school lopen de meisjes wel allemaal in uniform met keurig witte hoofddoek maar er hangt toch een ongedwongen sfeer.

Zij groeten vrolijk en wij zwaaien lachend terug, net als de koningin van Lombardije. Als laatste drinken we koffie en thee in een mooi restaurant. Het terras is hoog tegen de bergwand gelegen en bied een spectaculair uitzicht op de tegenover liggende vulkanen, helaas is het wel wat nevelig omdat het aan het eind van de dag meestal regent.

Bureaucratie en bezoek aan Tidore

De Commissaris van politie

Nog even een verhaaltje over bureaucratie en machtsvertoon: De nieuwe politiechef van Ternate woont in ons hotel. Debby die dit reizen al lang gewend is, had natuurlijk al voor de nodige toestemming en stempels gezorgd maar werd bij de nieuwe chef ter verantwoording geroepen. Zij moest accepteren dat er agenten mee gingen om ons te begeleiden en te 'beschermen'. Ze weigerde dit consequent, wat natuurlijk niet in goede aarde viel bij deze macho figuur.

Zij moest zich 's morgens op het bureau melden. Dat deed ze ook, ze liep (met ons in haar kielzog) het bureau binnen, daar had hij dus niet van terug en kwam ons begroeten en, trots op zijn Engels, even een praatje maken. Hij blufte zelfs dat hij ons bier wilde aanbieden. Bier is hier echter verboden, maar toeristen krijgen het wel, soms overgegoten in een plastic thermoskan.

De gewraakte beveiligings agent hoefde dus uiteindelijk niet mee, het zou ook volslagen onzin geweest zijn. Tot grote hilariteit zat de chef 's avonds in het restaurant en liet voor iedereen bier aanrukken. Vrolijkheid alom, als een haan poseerde hij tussen de groep en nam later toen de camera's weg waren zelf ook een fles bier!

Tidore

Op een enigszins primitieve veerboot zijn we in 20 minuten overgestoken naar het eilandje TIDORE. Hier gaan we weer een rondrit maken. Al snel wordt er gestopt als Debby langs de kant een grote nootmuskaatboom ziet staan. Van de grond raap ik een rijpe vrucht, iets kleiner als een tennisbal. Als ik hem open maak ligt er 1 noot in een zacht bedje. Prachtig om te zien hoe de grillig gevormde dieprode foelie de noot omsluit.

We worden al snel met verbazing bekeken door de toegelopen bevolking. Een meneer nodigt ons uit zijn huis te bezoeken. Dat willen we wel en steken de weg over. Het stenen huis is best groot. We lopen door 2 grote kale kamers waar echt niets in staat, achter een gordijn zijn 2 kleine kamertjes met een bed en achter in het huis is de keuken.

Hier ook geen meubilair, wel een paar pannen en een houtstookplaats gewoon op de vloer. Uit andere huisjes worden plastic stoelen aangesleept en we zitten nog even beleefd in een kring terwijl Debby voor tolk speelt.
In het midden staat een grote schaal met heerlijke banaantjes voor de gasten. Frans deelt een sigaartje uit aan de gastheer. Alle buren staan buiten met bewondering toe te kijken. Volgens Debby is de gastheer in aanzien gestegen.
Tidore staat bekend om het degelijke smeedwerk. Wij bezoeken nu zo'n smederij. We zien de kleine, maar enorm sterke kerels, in deze broeierige hitte bezig met het smeden van grote kapmessen (Parang). Het gloeiende staal wordt met menskracht plat geslagen. Zes man slaan met een grote hamer steeds sneller op het gloeiende staal. Dit soort werk wordt bij ons met pneumatische hamers gedaan.

De smederij staat op een idyllisch plekje aan zee, tussen enorme bomen met grote vruchten (Jackfruit en zuurzak). Kinderen spelen en bekijken ons ondeugend, moeders met kleintjes op de arm lopen uit en hebben ook weer wat om over te praten. Er wordt nergens om gevraagd, men is alleen maar vriendelijk.

We bezoeken nog even een klein museumpje waar wat spullen bewaard worden van de laatste Sultan van Tidore die inmiddels is overleden. We lopen tegen een bergje op naar de ruïnes van een naamloos fort van de Portugezen vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over zee en lopen de 121 (te hoge) treden weer naar beneden om te gaan lunchen bij familie van 1 van onze gidsen. Een prima verzorgde lunch.

Door het oog van de naald

Hoewel het vanochtend regenachtig was is het nu weer stralend mooi weer en gaan we richting strand met de bedoeling wat te snorkelen.

Dit is echt op een fiasco uitgelopen. Het koraal lag wat verder in zee en het was vanwege de golfslag en de stroming bijna onmogelijk om daar te komen. Met vallen en opstaan hebben we het dan ook opgegeven. Bijna iedereen kwam met bloedende wondjes van het koraal uit zee. 1 Man kwam zelfs met een grote bloedende schaafwond van 10 cm rond uit zee.

Bert, een fitte oudere, lag nog vrolijk rugslag te zwaaien (dachten wij) terwijl wij al op het strand terug waren. Gelukkig zag Martin, die bij de reddingsbrigade is geweest, dat het niet helemaal goed was. Toen hij de zee in liep om hem terug te halen was het eigenlijk maar net op tijd. Bert had echt de kracht niet meer om zelf tegen de golfslag terug te zwemmen en dreef al af naar de rotsen.

Naar ons idee is dit een veel te gevaarlijk strand om te snorkelen. Er was ook niemand anders in zee, de plaatselijke bevolking was er alleen om toe te kijken. God zij dank is het goed afgelopen, maar het was voor iedereen een ervaring die je liever niet meer meemaakt en je wel een poosje aan het denken zet!

In de Cockpit naar Ambon

Cockpit

Vanochtend is het regenachtig dus doen we het in de ochtend rustig aan want om 11 uur moeten we naar de luchthaven en gaan we Ternate weer verlaten. Om 12.30 vertrekt ons vliegtuig naar AMBON. We vliegen weer met Trigana Air in een propellor jet met ong 40 passagiers. Bert uit onze groepen (we hebben er twee) vraagt of ik weleens in de cockpit ben geweest. Nee zeg ik, maar zou het wel graag willen. In het Maleis vraagt hij aan de stewardess en zij weer aan de captain of het goed is. En ja hoor: Komt u maar! Niet te geloven toch!

We hebben nog 1 1/2 uur te vliegen en ik sta een poosje tussen de piloot en de boordwerktuigkundige. Ze maken een vriendelijk praatje en wijzen het een en ander aan, veel zee, een blauwe lucht, een paar wolkjes en in de verte het eiland SANANA waar we een tussenstop hebben. Ik vraag brutaal of ze een stoel hebben om de landing te mogen meemaken, en ja hoor, deze wordt uitgeklapt tussen beide heren in.

Het is een klein toestel, ik heb het idee dat het nog met de hand bestuurd en bediend moet worden. Ik vind het echt geweldig! Door Arcadia is ons verteld dat we niet naar Banda mogen vliegen omdat de landingsbaan te kort en te steil is, te veel ongelukken. Als ik dit tegen de piloot vertel zegt hij, this one is shorter en very dangerous. Nou prima hoor, mij maakt het niet uit, dood ga je toch wel een keer! Heerlijk al die adrenaline! Het tweetal zet geroutineerd het toestel met gierende en rokende remmen aan de grond.

In een kwartier worden wat goederen en passagiers verwisseld. De landings/startbaan is zo kort omdat er aan het eind een historisch woonhuis staat dat de eigenaar niet wil verkopen. Voor het opstijgen taxiën we naar het uiterste puntje, je merkt dat de mannen wat gespannen zijn en daar ga tie dan. In volle vaart stuiven we op het woonhuis af en echt op het allerlaatste moment gaan we los en scheren over het dak van het huis en de palmbomen! Poeh, poeh, toch nog even een hartverzakking!!

Ik krijg wat te eten en een drankje en men vraagt of ik rook. Nee zeg ik verbaasd, but i don't mind if you do! Daar moeten ze gelukkig om lachen. We zien rechts het eiland BURU en links CERAM en dan AMBON, waar we een wat relaxtere landing hebben. Zo heb ik 1 1/2 uur in de cockpit mogen doorbrengen en werd lachend en ook wel een beetje jaloers door mijn reisgenoten begroet. Gelukkig had Frans al een handje sigaren bij de hand, deze werden met veel thank you's door Captain & Co aanvaard.

Ambon

Op AMBON is het stralend weer en boven de 30 graden. Debby stelt ons aan Yannes voor die haar de komende 2 weken gaat assisteren. Met de bus rijden we in 1 uur naar de stad Ambon waar ons hotel is. In de stad heb je moslim en christen wijken die op dit moment redelijk met elkaar kunnen samenleven. Tijdens een wandeling was de oorlog van zo'n 5 jaar geleden nog goed zichtbaar. Er wordt veel gerenoveerd en herbouwd, maar ze zijn nog lang niet klaar.

Rondom Ambon Stad

Debby, die in Ambon stad is geboren gaat ons vandaag op eigen terrein rondleiden. Met de bus rijden we de berg op via smalle en heel steile hellingen van zeker 15 a 18 graden. Langs vriendelijke huisjes met veel plantjes. We maken een foto bij het grote bronzen beeld van MARTHA CHRISTINA TIAHAHU, een vrijheidsstrijdster van het eerste uur. Samen met haar vader, die een medestander was van PATTIMURA vocht zij tegen de Nederlanders. Zij is al op 18-jarige leeftijd overleden.

Hoger tegen de berg ligt een mooi protestants kerkje, de Emanuel Kerk. Het ziet er zeer vredig uit maar verbergt een zeer bloedige geschiedenis. Tijdens de laatste oorlog werd het in 2001 door de moslims aangevallen en volledig platgebrand. Het is inmiddels heel mooi herbouwd en in december 2005 weer heropend. In de bijruimte gaat Debby er eens goed voor zitten en verteld ons het drama van de laatste oorlog.

Ze vertelt over het verraad (van beide kanten), de branden en de vele verliezen van mensenlevens, officieel zegt men 35.000 maar het ware aantal wordt geschat op 200.000 doden. Volgens ons is het helaas weer de aloude strijd van macht en godsdienst. Gelukkig is de situatie nu rustig en er is een soort broederschap afgesloten tussen beide partijen, die goed wordt nageleefd. De herbouw en de renovatie is in volle gang, maar het zal nog jaren duren voor dat alles weer hersteld is.

We wandelen bergafwaarts langs vriendelijke huisjes en in de schaduw nemen we een glaasje Tjendol bij een stalletje. We bezoeken het SIWA LIMA MUSEUM waar de historie van Ambon is samengebracht. Houtsnijwerk en Ikat weefwerk, een ingerichte kamer van de Radja en diverse oude kledingstukken.

De natuur buiten de stad is overweldigend. De enorme bomen lijken een strijd te voeren om boven elkaar uit te groeien, Hoge bananenplanten en andere grote fruitbomen zoals jackfruit, durian, mango, zuurzak. Hierlangs rijden we naar een idyllisch restaurantje aan zee, onder hoge bomen. Daar horen wij dat het een duikschool is met daarbij een losmen met nette slaapkamers. Ik kan de duikers thuis dit mooie plekje wel aanbevelen!

Later in de stad samen met Mieke in de betjak naar het Internetcafé. Het heeft een uur geduurd om een klein berichtje te versturen. Zoveel traagheid is bijna niet op te brengen!

Naar sawai op ceram

We gaan weer op stap, de koffers zijn hergepakt, we nemen voor 3 dagen bagage mee naar Ceram. Met de bus in 1 uur naar TULEHU waar we in de grote speedboot stappen die ons in 2 uur naar het grote eiland CERAM overzet. In de stad Amahoi gebruiken we eerst de lunch. Hierna volgt er een prachtige rit van 2 uur over een smalle maar prima asfaltweg, dwars door het oerwoud van Zuid naar Noord Ceram. Links en rechts van de weg ondoordringbare jungle. De stammen van de bomen zijn vaak begroeid met grote klimplanten, luchtwortels en lianen.

Op de grond en in de bomen zie je een grote verscheidenheid aan varens, soms met enorme bladeren van meer dan 1 meter. Hier en daar zien mooie bloemen, vaak orchideeën, kans hun kopje buiten het groen te steken. We wandelen een half uur voor de bus uit, dan kun je de bloemen nog beter bekijken en ook af en toe een grote bonte vlinder.

Plots slaan we van de weg af en staan we onverwachts weer aan zee bij een kleine aanlegsteiger om weer over te stappen in eenvoudige motorbootjes. In een open lange smalle boot zitten we met ong. 10 man achter elkaar, bijna op de grond, twee aan twee past niet, zo smal is de boot. Maar het is een prachtige tocht over de vrij rustige zee. We blijven langs de kust varen naar de volgende baai en we zien hoe het oerwoud tegen de rotswanden gewoon doorgroeit en bereiken na een half uur onze uiteindelijke bestemming.

Het moslimdorpje SAWAI. Eenvoudige houten paalwoningen in zee en een moskee in het midden. De accomodatie is zeer bijzonder, wij slapen in een vierkant houten gebouw met bamboe wanden waarin 4 kamers zijn, met simpel toilet en koude douche. Zeer gehorig en de planken vloer heeft flinke kieren waardoor je de zee kunt zien en horen.

's Morgens ben ik al vroeg wakker, het is nog donker. Ik zet een stoel op het terras aan zee, mijn benen omhoog en zit lekker te genieten van de stilte en de zee. Zachtjes varen een paar longboten uit, even verderop wordt voorzichtig de motor gestart, ze gaan vissen of voorraad halen in de 'bewoonde wereld'. Langszaam wordt het licht en hervat het dorp zijn dagelijkse bezigheden.

Na een vroeg ontbijt loop ik het dorpje in en wordt weer vrolijk van alle kanten begroet. Niemand stoort zich aan een korte Bermuda en een iets te bloot shirtje. Niet alle huisjes staan op palen, op land zijn er smalle betonnen straten. In onze ogen is het arm, maar schijn bedriegt, men heeft alles wat ze nodig hebben. Allereerst de TV, voldoende eten en kleding. Het dorp leeft van de zee en het rijke oerwoud hier pal achter. Ondanks dat het hier altijd boven de 30 graden is is het nu de Durian oogst.

Tot ver in de jungle worden de vruchten verzameld. In het dorpje worden de vruchten verwerkt. Men moest het vruchtvlees wat al snel donkerbruin wordt, dan worden er ter grote van een gehaktbal ballen van gedraaid en in een cakevormpje gedrukt. Deze 'cakejes' legt men even te droge in de zon. Zo worden ze verkocht in de stad. De durianschillen worden gewoon in een klein zijriviertje gedumpt. Een ander stroompje is weer opvallend helder, dit is dan ook de wasplaats van het hele dorp.

Op dit moment is er moeilijk een leeg wasplekje te vinden. Grote stapels wasgoed worden geborsteld en gespoeld. Anderen wassen het servies van gisteren en kinderen worden gesopt en ondergedompeld. Het is tevens de beste plek om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Men reageert vrolijk op die rare buitenlandse en poseren zelfs voor de fotocamera.

Ik ga even zitten op een steigertje aan zee en krijg gezelschap van een paar kleine meisjes. Zij constateren dat er aan mijn kettinkje een sandaal (klein slippertje uit China) hangt. Weer een van de vele woorden die nog letterlijk uit de Nederlandse tijd zijn achtergebleven.

Salawai River

Om 9 varen we met 2 longboat's langs de kust en verderop de rivier SALAWAI in. We zitten uren in een ongemakkelijke houding op de grond (klein dwars plankje) want als je gaat staan dreigen we onmiddellijk om te slaan. Maar de jungle blijft adembenemend. De loofbomen en sago palmen rijzen weer tot in de hemel en worden soms overtroffen door enorme Yucca's. Bij ons zijn het bekende kamerplanten, een stam met bovenin vertakkingen. We horen wel vogels maar zien slechts een paar riviereenden. Apen komen op heel de Molukken niet voor.

We varen dezelfde weg terug om naar een klein paradise-island te gaan voor de lunch. Een beetje stram stappen we aan land. Ik voel me een beetje Robinson Crusoe op dit onbewoonde eiland. Ik ben al snel mooie schelpjes aan het zoeken en zelfs enorme schelpen aan het verzamelen. We maken er maar een foto van want meenemen kan en mag nu eenmaal niet.

We lunchen met meegebrachte rijst, gekookt ei en stukje kip. We snorkelen wat, helaas is het koraal behoorlijk vernield. Als we weer terug racen in de open bootjes worden we de hele tocht overspoeld door het boordwater. Er wordt voorzichtig gemopperd, maar de meesten van ons ondergaan het dapper en lachend. Kletsnat komen we in Sawai terug. De rest van de middag doen we het rustig aan en wordt de tracking van morgen besproken. Een wandeling tegen de berg op in de jungle. We besluiten een keertje over te slaan. We willen niet oververmoeid raken in deze hitte. Er gaan maar 6 mensen mee.

Sawai en terug naar ambon

We hebben dus een vrije dag. We wandelen een uurtje door het dorp, de begeleidende kindergroep wordt steeds groter, ze zijn vrolijk en wat verlegen en blijven je allemaal met grote verwonderde blikken bekijken. We zitten wat bij het riviertje dat dienst doet als wasplaats. De kinderen gebruiken het als zwembad, jongetjes in hun blootje, meisjes in hun slip. De vrouwen gaan gewoon door met hun dagelijkse werkzaamheden. Daarna puzzelen we op ons terras-balkon.

In plaats van een tuin is er de zee als een enorm zee-aquarium. Hier zwemmen de mooiste vissen voor en onder het huis. Als ik wat crackers in het water gooi komen er nog veel meer bontgekleurde vissen op af. Jammer dat je hier eigenlijk niet kunt zwemmen, het water is glashelder, maar helaas komt al het sanitair van het dorp direkt in zee.

's Middags gaat het flink regenen en gaat het geplande snorkeltripje niet door. Dan maar wat extra relaxen, het is niet anders. Vanavond al weer het laatste diner in Sawai, de dames hebben extra hun best gedaan, we smullen er weer op los.

Na de koffie komt er een gitaar te voorschijn en wordt er gezongen door Debby, Yannes en wat vrienden. Prachtige Moluks liedjes, vol emotie en soms met veel passie gezongen. Geweldig, ze doen het voor zichzelf en wij mogen meegenieten, wat we volop doen. Een geweldige en emotionele herinnering aan Sawai.

Met 3 open longboot's moeten we Sawai weer om 9.00 uur verlaten. Nog een laatste rondje langs de paalwoningen waar op verschillende balkons gezinnen en veel kinderen ons vrolijk toeroepen en uitzwaaien. Selamat Jalan (Goede reis) hartverwarmend allemaal.

We nemen de zelfde route terug , ong. 40 min. varen. Met Mieke zit ik op de voorsteven, deze ligt iets hoger, dus kunnen we goed rondkijken. We zien iets onduidelijks naderen, dus kijken we gefascineerd toe. Het is de kop en stuk schild van een grote zeeschildpad. Als hij op een paar meter de boot ziet duikt hij er onderdoor en we zien het zeker 1 meter ronde schild in zee verdwijnen. Weer iets wat we nog nooit hebben meegemaakt!

Van de boot in de bus, 2 uur door die schitterende jungle (even wandelen tussendoor). Lunchen bij Julia en inschepen in de grote speedboot. Vanaf de boot maken we even een kleine omweg naar het dorpje Waai. Hier bekijken we de heilige dikke alen die vertroeteld en gevoerd worden met rauwe kippen-eieren. Er zijn in totaal maar 2 mannen uit 1 familie die dit mogen doen. Het heeft te maken met een legende.

Men denkt dat de voorspoed van het dorp afhangt van het welzijn van de alen. Zij mogen zwemmen in een rivierbassin met glashelder water. In 1 uur rijden we terug met de bus en om 18.00 uur zijn we weer in het hotel Grand Soya in Ambon terug. Enigszins uitgewoond.

Met de pelni naar banda eilanden

Op de pelni-boot

Vandaag staat helemaal in het teken van de PELNIBOOT. Deze vaart van Jakarta naar Irian Jaya met diverse tussenstops in 14 dagen heen en terug. De vertrektijd staat nooit vast. Van 10.00 uur verzamelen werd het 11.00 uur zodat we nog even naar het internetcafé konden met de betjak.

We vertrekken vanuit de haven bij Ambon stad. We zien het grote schip met 7 dekken de aanlegsteiger naderen. Het krioelt opeens van de mannen in fel gele t-shirts die zich met zijn allen tegelijk door de smalle ingangen van de boot willen persen. Aan de punt ligt het schip aangemeerd met 3 lange touwen, hierlangs zien we als apen een tien- a twintigtal snelle knapen zich naar boven slingeren. Ze hebben allemaal wat handel bij zich wat ze aan boord proberen te verkopen. Als de gele t-shirts weer naar buiten komen hebben ze zware pakken op hun nek wat
ze snel afgooien om weer nieuwe te halen.

De aankomende en vertrekkende passagiers moeten gelijktijdig door de nauwe ingang het schip ingaan en verlaten. Grote dringende chaos dus en daar tussendoor de gele t-shirts met hun grote pakken. Een paradijs voor zakkenrollers, we zijn echter voldoende gewaarschuwd, maar toch voelen sommige mannen hoe er aan hun kontzak gemorreld word, waaruit dus niets meer te halen valt. We proberen bij elkaar te blijven en laten ons mee voeren in de stroom.

Op de benedendekken zijn allemaal kleine zaaltjes met matrassen, dicht tegen elkaar, waar vele passagiers uit de vorige aanlegplaatsen zich al hebben geïnstalleerd. Ze slapen, eten en hangen maar wat. Een ongelooflijke bende, nooit eerder gezien, maar zo stel ik me een bajesboot voor. Een paar dekken hoger krijgen we van Debby de sleutels uitgedeeld. We hebben kamertjes met 6 of 4 bedden en een kastje voor je bagage.

De tocht naar Banda duurt 8 uur dus kunnen we hier wat rusten. Maar geen haar in mijn hoofd die er aan denkt om op zo'n matras te gaan liggen, te veel kakkerlakken, minstens 5 per bed op het eerste gezicht. Niet zulke grote, maar wel onsmakelijk.

We hebben de meeste tijd doorgebracht op het bovenste achterdek. Hier kon je wat eten en drinken. De TV stond op Karaoke (wat hier reuze populair is) mooie Indonesische muziek maar helaas wel wat hard. Tegen de avond werd er veel ingezongen, klinkt meestal wel goed. We zien de zon ondergaan, eten en hangen nog wat en dan kunnen we ons om 22.30 weer in hetzelfde strijdgewoel storten om het schip te verlaten.

Aankomst op Banda Neira

De BANDA EILANDEN Groep bestaat uit 10 kleine eilandjes, dicht bij elkaar. Wij logeren op Pulau (= eiland) Neira. Het eilandje heeft maar hooguit 10 auto's, onze koffers werden met een handkar naar het hotelletje vervoerd en wij liepen er in 10 min. naar toe. Verder vervoert men zich met brommers of de bedjak. Het is warm, al vanaf Ambon is het minstens 35 graden.

Vanochtend lopen we in 2 1/2 uur rond het kleine stadje om wat geschiedenis te bekijken uit de tijd van de VOC. Vanwege de kruidnagelen en de nootmuskaat zijn er in het verleden veel machtswisselingen en strijd geweest tussen de originele bevolking en de Engelsen, Portugezen en Nederlanders. Hieraan herinneren nog wat oude forten, FORT NASSAU is erg vervallen (er staat alleen nog een muur) en Forti Belgica, wat wel helemaal gerestaureerd is.

We zien een groot borstbeeld van koning Willem III bij het voormalige gouverneurshuis. We lopen door het oude statige huis, er is nog wat sumiere inrichting aanwezig, maar het verval heeft reeds toegeslagen. Niets wijst erop dat het binnenkort gerenoveerd gaat worden.

In het stadje Banda waar nog aardig wat huizen uit de Hollandse koloniale tijd zijn achtergebleven, bezoeken we in zo'n Oud Hollands huis een museumpje waar ooit een vice president van Indonesie in ballingschap heeft geleefd. Als laatste bekijken we een protestants kerkje wat momenteel gerestaureerd wordt waarvan de vloer vol ligt met oude grafstenen van vooraanstaande Nederlanders.

Na de lunch gaan we snorkelen. Aan de overkant ligt de vulkaan GUNUNG API. Hier schijnt nog 1 van de mooiste duik en snorkelplekken van de wereld te liggen. Er was op dit moment helaas te veel golfslag dus zijn we een eilandje verderop gegaan. Het was inderdaad indrukwekkend. Mooi koraal in diverse vormen en kleuren en veel bont gekleurde vissen, zeer de moeite waard.

Groot Waling op Banda Besar

Met een bootje zijn we overgestoken naar het grotere BANDA eiland PULAU BESAR. We leggen aan voor onze bestemming GROOT WALING. Hier woont de laatste perkenier (soort plantage) van Banda PONKY VAN DEN BROEKE. Hij ontvangt ons bij de poort met zijn vrouw en 2 dochtertjes. We staan bij de resten van het grote huis waar slechts een paar geblakerde muren van overeind staan. Nog kort geleden in 1999 heeft hier een grote tragedie plaats gevonden.

We gaan in een kring zitten onder een grote mangoboom en Debby vertelt ons over de voorgeschiedenis en geeft dan het woord aan Ponky. Deze ingetogen, rustige man heet ons welkom en vertelt dan zijn levensverhaal. Het is een hartverscheurend verhaal. Hij heeft gestudeerd in Jakarta en daar een carrière opgebouwd, maar werd terug geroepen door zijn vader om de perk (plantage) voort te zetten. Vader overleed in febr. 1999. Een paar maanden later kwam de inval door de Moslims uit Java en eigen volk van Banda.

Zij vermoorden met kapmessen zijn moeder, vrouw, tante en 2 dochtertjes. Het verhaal is zeer aangrijpend, zeker als hij verteld over het terugvinden van zijn zoon en dochtertje. En altijd dat eeuwige zelfverwijt, wat mensen eigen is, klinkt tussen de regels door. Hij probeert nu met zijn nieuwe vrouw en 2 jonge dochters de plantage weer op te bouwen en het huis langszaam te renoveren. We waren zeer onder de indruk en volgens mij zat echt iedereen te huilen. Het kwam ook zo dichtbij en is nog maar zo kort geleden.

We krijgen thee en zelf gebakken cake en ook nog verse avocado-juice en dan lopen we over de plantage waar onder de schaduw van de reuze Kanariebomen de nootmuskaatbomen groeien. Het belangrijkste produkt van de Banda Eilanden (denk aan de Banda foelie).

We lopen een uurtje terug naar de boot. Dit is ook weer zo'n prachtig groen eiland. De bomen zijn nog weer groter, hoger en ouder als we elders gezien hebben. In de tuinen bloeien meer bloemen. We hangen nog wat in de schaduw bij de steiger en varen dan een stukje verderop naar de volgende snorkelplek. Dit keer bij een rif waar het koraal grootser is als de vorige plek. Het blijft ons boeien, mede door de heerlijke temperatuur van de zee kun je het heel lang volhouden.

Na het diner is er weer muziek. Debby heeft een paar vrienden uit genodigd en samen zingen zij die mooie Molukse liedjes. De mannen zijn bouwvakkers en restaureren met elkaar het protestantse kerkje. Het is onbegrijpelijk hoe makkelijk zij zingen en hoe muziekaal hun stemmen samenvloeien.

Weer terug naar Ambon

Om 10.30 verlaten we Banda Neira weer. Bij het instappen van de Pelni boot is het minder druk, maar het blijft toch evengoed oppassen voor zakkenrollers. Want rommelig is het toch! Dit keer hebben we allemaal 2e klas, een 4-persoons kamertje met toilet, douche en 4 nette bedden en uiteraard een verdwaalde kakkerlak. Ik heb 's middags nog een uurtje geslapen.

Op het bovendek bij de karaoke brengen we de meeste tijd door. De mensen kunnen hier zo mooi zingen, van die heerlijke melancholische tranentrekkers! Bij het binnenvaren van de Baai van Ambon sta ik met Dora nog even over de railing te kijken en tot onze verrassing zien we weer een school DOLFIJNEN naderen. Ze springen vrolijk onder en langs het schip door.

De vliegende vissen zijn ook mooi om te zien, ze scheren of vliegen wel 100 meter over het water om dan weer gewoon in zee te verdwijnen. Jammer van die niet aflatende afvalstroom, veel plastic en andere rommel wordt nog met grote hoeveelheden in zee gedumpt. Om 18.30 zijn we weer terug in hotel Grand Soya in Ambon stad.

De temeratuur op de Molukken ligt hoog, meestal tussen de 35 en 40 graden . Vandaag zijn we vrij en lijkt het extra warm met de zon natuurlijk recht boven je hoofd. We laten ons dus maar verplaatsen in de betjak, uiteraard ieder apart om de jongens niet extra te belasten. Het verkeer is bijzonder druk, maar de betjaks fietsen overal onverstoorbaar tussendoor. Verbazend te zien hoe het allemaal net nog goed afloopt.

We hebben er eerst in het internetcafé een flinke pluk verslag doorheen gejakkerd (2 uur). Was wel goed te doen omdat er airco aanwezig was. Toen konden we eindelijk naar de Matahari, ik had het grote naamboord vorige week al vanaf het hotelterras gezien, maar nog geen tijd gehad. Dit warenhuis heeft veel te koop, is netjes en tamelijk koel. Hiernaast is de grote lokale markt van Ambonstad, zo groot en warm, we hebben er deze keer alleen maar langs gelopen.

's Middags zijn we met Debby en Yannes naar een klein ateliertje geweest waar men houtsnijwerk maakt, kleine beeldjes van ebbenhout. 2 Vrouwen waren bezig op het weefgetouw met Ikat. Zij weefden lappen waar o.a. tasjes van gemaakt worden. We zijn ook nog even langs de muziekwinkel geweest waar we een 5-tal DVD's hebben gekocht. Allemaal Molukse muziek, zelfs met karaoke. Heerlijk om straks thuis de heimwee mee te onderdrukken.

Saparua en de Sago

We gaan vandaag voor 3 nachten naar het eiland SAPARUA. Om 11.00 uur rijden we in 1 uur naar de haven Tulehu waar we om 13.00 uur de veerboot nemen. Dit keer niet de comfortabele grote speedboot maar een houten veerboot met opbouw. We vinden een plekje op een houten tuinbankje op het achterdek. Middenop staat een grote hoeveelheid bagage, dus veel bewegingsvrijheid is er niet.

Na 2 uur varen komen we aan in Saparua waar de boot bij aankomst bestormd wordt door een groot aantal pakjesdragers en mannen met zwarte helmpjes. Dit zijn de jongens van de bemo's, de bromfietstaxi´s. Voor ons stonden 2 busjes klaar die ons naar het hotelletje brengen.

Saparua is een christelijk eiland, het ziet er erg vriendelijk en landelijk uit. Alleen maar lage kleine huizen met een tuintje. Ons onderkomen zier er al even gezellig uit. We lopen een poort door en komen op een kleine binnenplaats met heel veel plantjes. De kamers zijn erg eenvoudig en Debby waarschuwt al bij voorbaat dat er niet schoongemaakt gaat worden. Alles moet nl. bijgehouden worden door 1 mevrouw, het ontbijt, de kamers enz. Maar wij vinden het prima.

Er is een gezellige zithoek aan zee waar we avonds met z´n allen gezellig gezeten hebben. We hebben een erg gezellige groep. Dit keer hebben we een repertoire Nederlandse liedjes en smartlappen gezongen (zullen we dan toch heimwee krijgen?) en erg veel gelachen.

Een rondrit over Saparua beginnen we in het naastgelegen Fort Duurstede. Hier is rond 1817 een bloedige kruidnageloorlog uitgevochten. Het is heel erg warm dus doen we het zeer rustig aan. We lopen een rondje over het fort en hangen weer wat in de schaduw.

Daarna rijden we naar het dorpje ULLATH waar Mieke een kennis wil opzoeken waarvan ze alleen de naam maar kent. Dit is geen probleem, iedereen kent elkaar, dus liepen we al snel door een steegje de heuvel op waar de familie niet thuis bleek te zijn. De verbaasde buren nodigden ons gastvrij uit om dan maarbij hen even uit te rusten. We zaten met z´n veertienen op het kleine terras en kregen koffie, thee en verse papaya aangeboden. Zoveel gastvrijheid kunnen we in Nederland ook wel gebruiken.

We vervolgen onze rit naar een pottenbakster. Hoe primitief je nog potjes kunt bakken demonstreerde zij in korte tijd. De klei werd gekneed, met de hand gekleid en op de draaischijf, ook met de hand bediend. Het potje werd mooi egaal rond gemaakt. Eerder gekleide kommetjes werden in een open houtvuurtje gebakken en met hars geglazuurd. De harde stukjes hars worden met stokjes door de hete kommetjes geroerd. Hars wordt zacht door de hitte en laat een glanzende laag achter die bij drogen weer keihard word. Zo ontstaat een warme, gemêleerde kleur bruin.

Als we dit gezien hebben besluiten we onze meegebrachte lunch hier ook maar te gebruiken. Gewoon op een muurtje aan zee, met een zacht briesje in je rug eten we nassi met een gebakken eitje en het smaakt weer voortreffelijk.

Sago

Sago is het belangrijkste voedselbestanddeel van Saparua. Het is net zo voedzaam als rijst en vormt een basis voor talrijke andere produkten. We gaan op pad om de basisproduktie van sago te bekijken. Eerst lopen we via een modderig paadje een stukje het oerwoud in. Sago komt uit de stam van de sagopalm. De palm wordt gekapt als hij 12 jaar oud is. Ter plaatse wordt de stam in stukken gehakt en tegenwoordig met een machientje vermalen. De dunne bast is niet bruikbaar als meel, maar wordt weer als brandstof gebruikt.

Het zaagsel wordt vervolgens in stromend water gezeefd, waar dan een kleffe witte drab achter blijft. Van dit uiteindelijke sagomeel worden kompakte bergjes gemaakt van zo´n 25 kilo en bewaard in mandjes, gevlochten van palmbladeren. Van zo´n bergje kan een heel gezin 3 maanden leven. Later bij de thee hebben we sago-cake gegeten.

Saparua en Itawaka

Marktdag

Het is Saparua marktdag vandaag, dat is altijd gezellig om te zien. Ook deze keer worden we niet teleurgesteld. Alles is weer heel kleinschalig. Veel huisvrouwen uit de omgeving zitten langs de kant van de weg met hun kleine handel. Het ziet er exotisch uit. Wortels van gember, laos en koenjit, zelfgemaakt sago-cakejes en palmsuiker, dit keer gestold in kokosnoten. Veel fruit, geen durian en groenten en natuurlijk wat kleding.

Men reageert vrolijk naar ons, er wordt weer veel gelachen. Er zijn mensen die Nederlands spreken en ze vinden het heerlijk om een praatje te maken.

Kampong

Terug bij het hotel zitten we een poosje aan zee. Over de muur heb ik een aantal keren het rustige leventje van de kampong kunnen aanschouwen. Dat werkt zeer rustgevend. In het eerste huisje woont een ouder echtpaar. Alles gaat langszaam vanwege de enorme warmte natuurlijk. Zij scharrelt al om 6 uur om het huis en haalt water bij de hoofdkraan in emmers op haar hoofd. Om te koken en te wassen.

Het ziet er kaal en haveloos uit. Een stenen huisje met nauwelijks meubilair, houten kotjes als mandiplaats en 1 als stookhok of keuken. Hier brand meestal een houtvuurtje. Er lopen altijd honden rond. Haan, kip en kuikens lopen het huis in en uit. Buren maken soms een praatje. Opa kleit wat bakstenen en laat ze drogen in de zon. Men is zo te zien zeer tevreden!

Itawaka in de rouw

We gaan ´s middags met 9 liefhebbers er nog even op uit om te snorkelen. Bij het dorp Itawaka is het een drukte van belang. Mensen verzamelen zich in hun zondagse kleding voor de huisje en bij een openbaar gebouw. Langs de weg staan rood-witte vlaggen, allen halfstok. Het dorpshoofd is gisteren overleden en men wacht op de steiger met een wit beklede baar op een bootje uit Ambon met de kist en de overledene.

Een curieuze samenloop van omstandigheden. Vorige week is een oude man overleden. Een Nederlands/Molukse man die zijn familie in Nederland, ook zijn vrouw, 4 jaar geleden heeft achtergelaten om hier in zijn geboortedorp zijn laatste jaren te slijten. Gisteren was zijn begrafenis met wat familieleden uit Nederland. Debby was er ook bij omdat een vriendin uit Nederland was overgekomen. Het dorpshoofd ging op weg naar de begrafenis, startte zijn bromfiets en schakelde verkeerd. De brommer schoot vooruit, knalde tegen een boom en de man was op slag dood.

Nu was dus door de grote drukte de hoofdweg afgesloten en om bij de snorkelplek de komen moesten wij die kant wel op. Men had nu alle tijd om ons eens goed te bekijken. Het laatste stukje liepen we 20 min. door het bos via een slingerpaadje naar een klein wit strandje. Kleine rotsjes in zee en een enorme bomstronk. Een zeer fotogeniek plekje. De zee was heerlijk en spiegelglad, maar helaas het koraal helemaal dood en de vissen waren minimaal. Een stuk verderop was een rif waar het wel mooi was, maar wij vonden het te ver weg.

De laatste avond in Saparua is er ons weer muziek beloofd. 4 Jongens, vrienden van Debby uit het dorpje Ullath. Het was super vanavond. Yannes, die de afgelopen dagen wat ziek was en nu weer hersteld door de wonderpillen van Diny zong de longen uit zijn lijf. Zoveel passie werkt aanstekelijk. Debby zong uit volle borst en de andere jongens zongen harmonieus en enthousiast, zichzelf begeleidend op de gitaar. Het repertoire lijkt onuitputtelijk.

Mensen hier zingen zo graag en goed. Steeds was er iemand anders die zich aansloot en gewoon mee zong. Er wordt gedanst en gekheid gemaakt. Een van de jongens speelde op een zakkammetje met een stukje plastic erom, een jankerig, melodieus geluid. Dit is het moment voor Martin om bij te springen, volgens mij kon hij het nog beter. Hein zong de Cottonfield Song, lekker swingend, het werd onder veel gelach door iedereen meegezongen.

Ambon - Bali

Laatste keer terug naar Ambon

Omdat het zondag is vaart de houten veerboot niet dus gaan we om 09.00 uur Saparua verlaten met een overdekte speedboot voor 25 personen. Met 4 vrouwen zitten we op het kleine open achterdek pal op de 4 buitenboordmotoren van 40 PK elk. Een enorme herrie en stank, maar wel een lekker windje en we willen graag om ons heen kijken. We racen over een spiegelgladde zee en soms scheert er een vliegende vis met ons mee. Het gaat allemaal voorspoedig want om 11.30 zijn we al in het hotel in Ambon.

Eerst even lunchen en dan met de betjak naar het internetcafé. Met Yannes en nog een paar andere mensen gaan we naar de enige souvenirwinkel van Ambon. Een klein winkeltje waar we wat t-shirts kopen. En dan begint het opeens te hozen. Zeker een half uur achter elkaar. De winkel begint al snel vol te lopen, van achter naar voor gutst het water over de betonnen vloer.

Het dak begint stromend te lekken en we helpen maar wat om de t-shirts van de planken te halen. Met een trekker vegen we razendsnel de vloer aan maar het is letterlijk dweilen met de kraan
open. We nemen dus maar een taxi en laten het winkelmeisje met de misère achter. Een half uur later is het weer droog. De straten staan nog vol water en later horen we op het nieuws dat er een flink stuk is ondergelopen.

We dineren voor de laatste keer met Debby, Yannes en de groep. Er worden serieuze gesprekken gevoerd en ook gelachen. Voor de laatste keer zingen ze nog voor ons de inmiddels bekende liedjes. MALUKU MANISEE!!

Het is altijd jammer dat je afscheid moet nemen als je elkaar net wat beter hebt leren kennen. Debby en Yannes blijven in Ambon en wij worden morgen in BALI opgewacht door een nieuwe gids, Silvester.

Overwinterparadijs Sanur?

Om 5 uur is het al verzamelen in de hotellobby. We gaan Ambon en de Molukken verlaten. We vliegen met Lion Air naar Makassar, Sulawesie en stappen over in het knalrode vliegtuig van Wings naar Denpassar op Bali. Om 12 uur zijn we al in het hotel Dumas in Sanur. Mooie royale tuin, 2 zwembaden en een grote kamer. Wat een luxe allemaal. Dit is Bali en duidelijk meer aan toeristen gewend dan Ambon.

We zwemmen, lunchen en wandelen door het dorp. Mooie winkels met kleding en ook weer heel veel souvenirwinkeltjes met nog altijd dezelfde spulletjes als jaren geleden.

Vandaag wat rondgekeken in Sanur. De hoofdstraat is een kilometers lange straat met aardige winkels en veel restaurants. Evenwijdig aan de weg ligt het strand, ook kilometers lang met een betegeld voetpad. Alleen maar hotels, soms met mooie tuinen. Een flink aantal souvenirswinkeltjes en de (on)nodige kleding. Verkoopsters hebben weinig te doen dus iedereen die langs komt wordt aangesproken. De hotelgasten zijn allemaal boven de 60. Als we al gedacht hadden om te overwinteren zetten we dat nu uit ons hoofd. Zo op het oog saaiheid en verveling alom!

Overdenkingen op Bali

Kuta - Tuban

Afscheid genomen van de groep. We zijn meegereden naar het vliegveld en vandaar doorgereden naar Kuta. Om 13.00 uur waren we in hotel Bakung Beach in Kuta-Tuban.

Terugkijken op deze Molukkenreis doen we met veel plezier. De NATUUR met zijn vele kleuren groen, de mooie luchten en de schitterende zee in diverse kleuren blauw, helder en warm, soms verraderlijk maar uniek met zijn nog steeds adembenemende bodemschatten heeft onze verwachtingen overtroffen.

Hartverwarmend was vaak de openheid en hartelijkheid van de bevolking en de altijd vrolijke kinderen. Het Hi Mister en Misses zal nog lang in onze hoofden blijven naklinken.

Op Ambon zelf is de machtstrijd van de afgelopen jaren nog wel zichtbaar en soms voelbaar. Maar met het afgesloten verbond van Broederschap tussen Moslims en Christenen hopen we dat het wankele evenwicht hersteld is en ook toekomst heeft. Aan de positieve strijd en instelling van Debby en Yannes zal het zeker niet liggen.

Veel gezelligheid en vrolijkheid hebben wij ondervonden met de groep. Een verzameling uiteenlopende karakters met een gezamenlijke passie voor reizen en/of het mooie land Indonesië. We hebben dit keer erg veel met elkaar opgetrokken en bijna altijd samen gegeten.

Bedankt 'singles' Mieke, Diny, Martin, Henderik, Hein, Frits en de echtparen Kees en Dora, Bert en Jeltje, Bert en Rinie, Jan en Nellie. (Toch wel een beetje jammer dat we geen groepsfoto hebben gemaakt) En we bedanken natuurlijk Debby en Yannes voor hun goede begeleiding en zorgen. De avonden waarop zij met vrienden voor ons hebben gezongen zijn ook absolute hoogtepunten van deze vakantie!

De laatste dagen in Kuta hebben we net zo'n beetje doorgebracht als de overwinteraars hier. We hebben ondanks de hitte veel gewandeld langs het strand, de winkelstraten en de achterliggende straatjes van Tuban. Bali is zoals altijd een vriendelijk eiland. Er wordt nog altijd heel veel aandacht besteed aan de offerbakjes en de ceremonies, dit komt op ons relaxed en vredelievend over.

In 2001 waren we hier ook en er is in dit gedeelte niet veel veranderd. Wel een grote verandering is het super winkelplaza Discovery aan de rand van Kuta-Centrum. Veel moderne winkels met merkartikelen tegen bijna Europese prijzen. Het is tamelijk druk met, denken wij, veel kijkers. De kopers zijn de opvallend veel aanwezige jonge Aziaten, Japanners, Taiwanezen en Zuid-Koreanen, maar ook ons Oostblok heeft Kuta ontdekt. Deze ontwikkeling kan wel eens financieel nadelig zijn voor onze overwinteraars.

Verder hebben we wat gezwommen in het zwembad, de zee vinden we niet schoon genoeg. Veel op terrasjes gezeten om Bintang en vers vruchtensap te drinken en zijn we elke dag ergens anders gaan eten. Het mooiste vinden we Jimbaran Beach met zijn vele verse vis en als je geluk hebt een prachtige zonsondergang.

Dit geldt ook voor het bij het hotel gelegen strandrestaurant Patai. Het open, iets hoger gelegen restaurant geeft altijd wat extra verkoeling door een licht zeebriesje. Het eten, vooral de gegrilde vis en kip is er uitstekend en goedkoop. De muziek hebben ze helaas niet begrepen. Wij horen natuurlijk veel liever de Indonesische muziek dan de mooie maar saaie Evergreens.

Op maandag 26-2 moesten we om 12.00 uur weer vertrekken. Met Lion Air (alleen 1 glas water) naar Jakarta. Vandaar met een luxe toestel met veel beenruimte van Singapore Airlines naar Singapore en daar weer overstappen in de gewone krappe Boeiing (ook Singapore Airlines) om in 12 uur naar Amsterdam te vliegen waar we 's ochtends 27-2-'07 om 06.30 uur aankwamen.

Like deze pagina

Specialisten Indonesië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Indonesië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Indonesië kenner
Sponsors