Kunst Bali

Kunst Bali

door Getaway Travel

Dans en theater maken op Bali deel uit van de vele rituelen en ceremonies die het eiland rijk is. De Balinezen geven door hun dans en drama niet alleen meer inzicht in de Balinese religie maar ook in de culturele aspecten van het dagelijkse leven. Balinese dans en drama wordt gebruikt om de toewijding naar de goden te uiten.

Dans en Drama

De Balinese dans is net zo oud als de geschreven geschiedenis van Bali en kent zijn oorsprong op Java. Door de islamisering van Java is de Hindoe-Javaanse cultuur in het gedrang gekomen. Op Bali kon deze zich juist verder ontwikkelen.

Dit heeft tot het ontstaan van honderden soorten dansen geleid. Balinese kinderen worden al van kleins af aan onderwezen in de dans. De getalenteerden onder hen leren uiteindelijk door een perfecte beheersing van ledematen, spieren en emoties de verschillende karakters neer te zetten.

Het belangrijkste criteria van een danser is echter dat hij de goddelijke inspiratie moet krijgen. Veel van de Balinese dansen zijn geinspireerd op het beroemde Ramayanaverhaal.

Dansen zoals de Rejang en Baris Gede waarbij geen gebruik wordt gemaakt van dramatische elementen vallen onder de Walidansen en worden beschouwd als de meest heilige vormen. De ceremoniele dansen die in het middenpleingedeelte van de tempel worden uitgevoerd en meestal op hindoe-javaanse epossen zijn afgeleid vallen onder de Bebalidansen. De Gambuh en Wayang Wong behoren tot deze categorie.

De seculiere dansen die op het buitenplein worden uitgevoerd buiten het heilige gedeelte van de tempel vallen onder de Balih-balihandansen. Een aantal klassieke en modernere dansen zoals de Kecak, Legong en Baris behoren tot deze categorie. Veel van de dansvoorstelling in Bali zijn vooral gericht op de toeristen, maar desondanks de moeite van het bekijken waard.

Wayang

Al eeuwen lang vertellen wayangvoorstellingen in Indonesie grote epische verhalen uit India, zoals de Ramayana en de Mahabharata. Zo ook in Bali. Wayang kulit is de enige in Bali gehanteerde vorm van schaduwpoppentheater. Bij wayang kulit worden platte lederen poppen achter een wit transparant scherm gehouden. Door een kokosolielampje onstaan op het scherm bizarre silhouetten.

De Balinese wayang kulitpoppen ogen daarbij natuurlijker dan de Javaanse wayang kulitpoppen. De dalang is degene die de poppen bestuurt. De dalang heeft een uitgebreid takenpakket. Naast het bedienen van de poppen houdt hij zich bezig met zingen, geeft hij aanwijzingen aan het begeleidende gamelanorkest en doet hij ook alle stemmen van de poppen. In een traditionele opvoering mag de dalang dit alles negen uur achter elkaar doen in de lotushouding.

Souplesse en een goede conditie zijn vereisten voor de dalang. Voor toeristen zijn er ook kortere opvoeringen te zien van een tot twee uur. In een gemiddelde voorstelling gebruikt de dalang dertig tot zestig poppen waarvan hij er zeven a acht tegelijk kan bedienen.

Wayang kulit wordt opgevoerd tijdens de vele tempelfeesten of een overgangsceremonie bij een familie thuis op het woonerf. De opvoeringen dienen niet alleen ter vermaak maar tegelijkertijd bezweert het ook demonen en boze geesten en moet het ook inspireren.

Gamelan

Gamelan is het belangrijkste element binnen de traditionele Indonesische muziek. De gamelanmuziek niet weg te denken uit rituelen en ceremonies. De samenstelling van een gamelanorkest kan enigszins varieren maar de organisatie is gebaseerd op een aantal instrumentengroepen met specifieke functies binnen het orkest.

Een gamelanorkest bestaat meestal uit bronzen slaginstrumenten zoals drums, kulintangs, gongs en xylofoons. Daarnaast zijn er ook fluiten, snaarinstrumenten en soms ook zangers. Bij gamelanmuziek gaat het om de samenwerking tussen de leden van het orkest. Er is geen ruimte voor solopartijen.

Gamelan wordt door de Indonesiers traditioneel gezien als heilig. Er wordt geloofd dat elk instrument van het gamelanorkest wordt bewoond door een geest. De muzikant dient altijd met respect met het instrument om te gaan.

Traditioneel werd gamelan alleen gespeeld bij bepaalde gelegenheden als rituele ceremonies, wayangopvoeringen en voor de adellijke familie. Daarnaast werd gamelan ook gebruikt bij de begeleiding van dansvoorstellingen, en rituelen bij tempels en dorpen.

Schilderkunst

De oudste Balinese schilderijen dateren uit 1444 en 1458. Traditioneel werd de schilderkunst gebruikt om religieuze en mythologische voorstellingen uit te beelden. Oud-Javaanse en Balinese versies van de Ramayana en andere volksverhalen vonden gretig aftrek bij het hof. De figuren werden uitgebeeld in de stijl van de wayang. Tegen het einde van de 19e eeuw kwam er meer perspectief in de werken. De figuren en omgevingen krijgen een meer natuurlijk voorkomen.

Door de interactie met westerse schilders die op Bali kwamen leven onderging de Balinese stijl een transformatie. De grijsschakeringen die veelal in de traditionele schilderijen werden gebruikt werden ingewisseld voor een levendig kleurgebruik. De Duitse kunstenaar Walter Spies zou de eerste zijn van een aantal invloedrijke Europeanen die zou gaan vestigen in Bali in 1927. De Nederlander Rudolf Bonnet zou volgen in 1931.

De lokale kunstenaars werden sterk beinvloed door de werken van deze Europeanen. Bonnet en Spies introduceerden landschappen en romantische portretten. In de dertiger jaren worden er drie belangrijke kunstcentra opgericht in Ubud, Sanur en Batuan waar kunstenaars als Ida Bagus Kembeng, Anak Agung Gede Sobrat, Ida Bagus Rai en Ida bagus Made Togog opkomen.

Spies, Bonnet en de Nederlandse antropoloog Stutterheim vrezen dat het toerisme een negatieve invloed op de kwaliteit van de schilderkunst zal krijgen. Met behulp van Cokordas Raka en Gede Sukawati wordt in 1936 de Pita Maha kunstenaarsgezelschap opgericht.

Na 1965 wordt Bali geopend voor het toerisme en vestigen zich veel Balinese, Javaanse, Sumatraanse en westerse kunstenaars in het gebied tussen Mas en Ubud. Er wordt geexperimenteerd met vele nieuwe stijlen. De academisch schilders gebruiken originele stijlen en onderwerpen.

In het werk van veel schilders is veel terug te vinden uit oude volksverhalen. Maar ook het dagelijkse leven in Bali met al zijn rituelen en dramatische opvoeringen is een dankbaar onderwerp.

Weefkunst

Bij batik wordt met een tjantik (waspen) of tjap (stempel) vloeibare was op textiel aangebracht. Als het stuk stof in een verfbad wordt ondergedompeld, hecht de verf zich aan de blootgestelde delen. Men herhaalt dit meerdere keren voor een veelkleurig doek. In Bali wordt batik net als elders in Indonesie niet alleen gebruikt als decoratief kledingstuk.

Aanvankelijk werd de Balinese batik geinspireerd door Javaanse motieven en gedomineerd door karakters uit de wayang mythologie. In de moderne batiks zijn de onderwerpen een stuk gevarieerder. Er worden voorstellingen uit de natuur, zoals vogels en vissen afgebeeld, maar ook dagelijkse activiteiten zoals crematies en toeristenattracties. De religieuze en myhtologische onderwerpen worden nog steeds gekozen, meestal met een moderne interpretatie. De Balinezen gebruiken batik om de culturele en religieuze identiteit te benadrukken.

Door bepaalde soorten batik te dragen kan men de subtiele verschillen in leeftijd, geslacht, status en kaste kenbaar maken. De Balinezen beperken het gebruik van batik niet alleen tot mensen. Gebouwen, altaren, heiligdommen en beelden moeten er tijdens rituelen ook aan geloven.

De Balinezen hebben net als de Javanen de batikkunst tot ongekende hoogten weten te ontwikkelen. Daarbij hebben de Balinezen vooral de ikat en de dubbele ikattechniek weten te perfectioneren waarbij met dikke geverfde draden wordt geweven.

De rituele kleding van de Balinezen bestaat uit verschillende soorten textiel in verschillende lengtes. Daarbij gaat het om doeken die op een speciale wijze om het lichaam worden geknoopt.

Tot de jaren dertig liepen de Balinese vrouwen normaal gesproken boven het middel naakt rond. Alleen bij tempeloffers of festiviteiten aan het hof werd het bovenlichaam bedekt. De traditionele schouderloze batik voor het bovenlichaam is in veel delen van Bali vervangen door de kebaya uit Java.

Houtsnijkunst

Houtsnijkunst werd voornamelijk toegepast in de architectuur van tempels en paleizen. Losse voor de verkoop bedoelde beelden werden alleen op kleine schaal geproduceerd. De houtsnijders waren oorspronkelijk brahmanen die alleen rituele objecten of objecten voor het hof produceerden. Hun discipels leerden het ambacht van hen. Die vaardigheden werden weer overgebracht van vader naar zoon.

De traditionele wayangstijl zou veel worden toegepast om religieuze scenes uit de epische verhalen uit te beelden. De traditionele toepassingen resulteerden ook in gedetailleerde houten demonen en mythische wezens die pilaren, deurpanelen, balken en raamluiken versieren.

Ze beschermen de gebouwen tegen kwade invloeden. Vanaf de jaren dertig komt er onder invloed van de Duitse kunstenaar Walter Spies en de kunstenaarsvereniging Pita Maha een nieuwe stijl op.

De objecten werden realistischer, geinspireerd door het dagelijkse leven. De gewone mensen en dieren die nu ook werden afgebeeld zouden vooral door buitenlanders worden gewaardeerd. Na 1970 werd houtsnijkunst erg populair. Het dorpje Mas, vlakbij Ubud, staat bekend als een centrum van houtsnijkunst.

Like deze pagina

Specialisten Indonesië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Indonesië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Indonesië kenner
Sponsors